donderdag 13 april 2017

142. Kunstenaarsboeken in Johannesburg (1)

Eind maart was ik in Johannesburg voor het colloquium Booknesses: Taking Stock of the Book Arts in South Africa, georganiseerd door het Department of Visual Art, Faculty of Art, Design and Architecture, University of Johannesburg. Met toespraken, twee tentoonstellingen, bezoeken aan ateliers en presentaties was een levendig, informatief en vol programma samengesteld.

Op de eerste dag werd ik opgehaald door boekenverzamelaar Jack Ginsberg, in gezelschap van de keynote-sprekers Sarah Bodman en Robbin Ami Silverberg. Wij woonden eerst een seminar bij van de Amerikaanse kunstenaar Buzz Spector, die een humorvol en beeldrijk betoog hield over zijn boekobjecten en -projecten. Hij had de anekdotes vast al vaker verteld - daar waren ze te leuk voor - en één bleef er bij mij hangen. Die heeft hij eerder verteld in een boek van een paar jaar geleden, The Studio Reader, over ateliers van kunstenaars.
Buzz Spector, Shell Book (1982)
Zijn moeder had zijn eerste kunstenaarsboeken niet willen bekijken, of er in elk geval nooit iets over gezegd, omdat zij het als verwoed lezer niet kon verdragen dat hij de schaar in zijn boeken zette of de bladeren in stukken scheurde om er objecten van te maken. Maar bij dit boek uit 1982, een boek waarin schelpen en kiezelstenen zijn gelegd op ruimten die zijn geschapen door een deel van de pagina's weg te snijden, was het anders: ze had er lang en aandachtig naar staan kijken en toen opgemerkt dat dit erg leek op wat hij als kind al deed als zij naar de Morse Avenue Beach in Chicago gingen, aan het Michiganmeer. Hij legde er de schelpen en kiezels in rijen neer. 

Pas toen zij hem dit vertelde, herinnerde hij zich het gevoel weer dat hij als jongen ervoer: liggend op zijn buik in het warme zand. Hij was het totaal vergeten. Nu zag hij dat dit iets te maken had met zijn pogingen de wereld te ordenen, als kind al, maar ook als kunstenaar, en hoe deze kunstwerken met intieme herinneringen samenhingen.

Het ordenen van de wereld.

Als kind schoof ik in de boekenkast van mijn ouders stelselmatig de boeken op de onderste planken helemaal tegen de achterwand aan. Bij de andere rijen kon ik nog niet komen. Wat zou dat in hemelsnaam te betekenen hebben?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen