dinsdag 29 april 2014

11. Kleine boekjes met een royaal gebaar

Onlangs heeft de KB een kleine collectie miniatuurboekjes ontvangen. De verzamelaar, Joop Heinen (1931-2014), werkte jarenlang op de boekhouding van Boekhandel Heinen in Den Bosch, onlangs feestelijk heropend. Zij ontving daar vaak van uitgevers kleine boekjes die niet voor de handel bestemd waren, maar als reclame voor nieuwe uitgaven of een heel fonds dienden. Jarenlang verzamelde zij miniatuurboekjes en in haar laatste wilsbeschikking heeft zij die aan de KB nagelaten. De KB neemt uit haar verzameling van ongeveer 250 boekjes de Nederlandse uitgaven op die nog niet in de collectie aanwezig waren. Dat zijn er iets meer dan 50. De overige exemplaren gaan naar Museum Meermanno, waar een collectie van internationale miniatuurboekjes en unica wordt bewaard (bekendste deel daarvan is de bibliotheek van Guus Thürkôw, 1942-2011).

Kleine verzamelkring in Nederland


Het verzamelen van miniatuurboeken is vooral een Amerikaanse aangelegenheid. De Nederlandse Catharijne Press, bijvoorbeeld, was voor de afzet van de miniatuuruitgaven aangewezen op de USA, waar verschillende naslagwerken en catalogi over dit genre zijn verschenen. In Nederland is er in verhouding bar weinig over gepubliceerd (zie voor enkele artikelen Bibliopolis). Piet Buijnsters schreef er niet over in zijn gids Het verzamelen van boeken: een handleiding (1992) en al evenmin in zijn Geschiedenis van de Nederlandse bibliofilie (2010) of De geschiedenis van het Nederlandse antiquariaat (2007). 

Zes boekjes uit de collectie van Joop Heinen
Het is duidelijk een niche voor verzamelaars onderling. Die kleine boekjes hebben kennelijk iets vertederends. Tekenend is dat er in elk geval, ook internationaal, nog geen vereniging is opgericht voor verzamelaars van Reuzenboeken. Een verzameling van de Allergrootste Boeken is natuurlijk onpraktischer dan een miniatuurboekencollectie. Hoe dan ook, de miniatuurboekencollecties bevatten in de regel boeken die in geen enkele andere bibliotheek aanwezig zijn. Dat geldt ook voor de verzameling van Joop Heinen.

Een voorbeeld van zo'n aan de Nederlandse bibliografie 'ontsnapte' uitgave is Millenniumdoelen 2015, een uitgave van het NCDO (het Nederlands kennis- en adviescentrum voor burgerschap en internationale samenwerking) te Amsterdam. De uitgave is al de vijfde druk uit 2007. Behalve zulke idealistische, of politieke uitgaven, bleven ook commerciële uitgaven onttrokken aan het zicht. Winkelketen De Gruyter bracht een reeks kleine boekjes uit als 'Snoepje van de week'. De Heinen-collectie bevatte twee voorbeelden: De Gruyter's vogelboekje en De Gruyter's aquariumboekje

Twee 'Snoepje van de week'-uitgaven van De Gruyter
Maar Joop Heinen verzamelde ook religieuze miniboekjes, zoals Het kleine bijbeltje, en bewaarde ook boekjes die bij de benzinepomp werden verspreid, zoals de taalgidsjes van Mobil: Mit Mobil unterwegs. Geen daarvan in een bibliotheek aanwezig, tot nu.
Vier taalgidsjes van Mobil Oil

Typografie aan tafel


De meeste boekjes zijn typografisch weinig interessant; toch bestaan er ook goed verzorgde miniatuurboekjes, zoals het door Harry N. Sierman verzorgde citatenboek over eten, Les plaisirs de la table, verschenen in opdracht van de Alliance Gastronomique Néerlandaise, en bedoeld voor een ander publiek dan dat van De Gruyter, vandaar ook de Franse titel. Wina Born werkte er aan mee. Een van de citaten luidt:

Zelden ziet men zulke diepzinnige gezichten als bij het bestuderen van de spijskaart.
(Emanuel Wertheimer)

René van Maarsseveen, De Wordperfect 5.1 minigids (1992)
Een ander miniatuurboekje, Het ABC voor liefhebbers van mooie lettertypen (1956), is een reclame-uitgave van de Monotype Corporation Amsterdam. Moderner, en in geen bibliotheek bewaard tot nu toe, is het door René van Maarsseveen geschreven boekje (160 pagina's, 70x52 mm): De Wordperfect 5.1 minigids (1992). Ook inmiddels iets uit het verleden.

Een royaal gebaar


Sommige boekjes had de KB al, zoals De man die van slakken hield van Patricia Highsmith. 
Patricia Highsmith, De man die van slakken hield (1985)
Maar De slag om de Blauwbrug, proloog van A.F.Th. van der Heijden uit 1983 is desondanks een aanwinst. Het KB-exemplaar is namelijk verkeerd gebonden, met één dubbel katern. De pagina's 5 tot en met 12 zijn in tweevoud aanwezig; het exemplaar is daardoor trouwens ook 1 mm dikker en dat lijkt weinig, maar op 5 mm is dat toch 20%. In de kleine wereld van het miniatuurboek is dat een groot gegeven. De KB-bezoeker kan straks beide boekjes met elkaar vergelijken.
A.F.Th. van der Heijden, De slag om de Blauwbrug, proloog (1983)
Klein en groot - het is een kwestie van verhouding. Zo is ook deze aanwinst van kleine boekjes het resultaat van een royaal gebaar van de verzamelaar, Joop Heinen.

zaterdag 26 april 2014

10. Het Kunstenaarsboek: om te lezen of om te bekijken? (3)


Met de opkomst van de digitale media is de term ‘boek’ intussen ook in een identiteitscrisis terecht gekomen en daar is die nog niet uit geraakt. Een boek dat altijd als een boek gezien werd – de Gutenbergbijbel bijvoorbeeld – hield niet opeens op een boek te zijn, dat niet, maar de gedigitaliseerde versie ervan werd een e-boek en heeft wellicht een geheel andere term nodig, afhankelijk van het gebruik en van de gebruiker. Hier zien we het boek als object versus het boek als entiteit.

Intussen hebben boekhistorici ook een duit in het zakje gedaan door de term ‘boek’ los te maken van de term ‘tekst’ en in hoge mate andersom. De tekst is los gewrikt van het boek. Onder ‘tekst’ wordt dan verstaan een gedrukte pagina, of een boodschap in handschrift, of een afbeelding, of een mondelinge overlevering, of zelfs een object dat een betekenis draagt.
Dat is een flinke stap weg van het boek als de bron van alle teksten.

De definitie van het begrip kunstenaarsboek is niet alleen lastig door de ongrijpbare term boek, maar zeker ook door de term kunst.

Wat is kunst ook alweer? Wikipedia – en als Wikipedia iets is dan het is onze man in de straat – zegt: ‘Art is a diverse range of human activities and the products of those activities’.
Redelijk vaag, maar de Nederlandse Wikipedia voegt toe dat het gaat om: schilderen, tekenen, fotografie, grafiek, beeldhouwen, moderne media, theater, muziek en zang, dans, film, bouwkunde of architectuur, literatuur en poëzie. Toch weet ik zeker dat als ik aan het schilderen sla, het resultaat geen kunst is.

Stel, we gaan een stap verder en we proberen de terminologie terzijde te leggen om het kunstenaarsboek over te leveren aan een niet gedefinieerd bestaan ten einde een beter zicht op het kunstenaarsboek te krijgen. Kunnen we het begrip beter begrijpen door de betekenissen los te laten?
Dat klinkt abstract, maar het is eigenlijk heel praktisch.

Voor de KB-collectie schaf ik boeken aan, geen kunstwerken. Toch kan het zo zijn dat ik met kunstenaarsboeken kunst aankoop die in de toekomst niet als kunst worden beschouwd, en dan is er ook nog het risico dat ik dingen koop die niet als kunst én niet als boek zullen worden beschouwd.
Het verzamelen van kunstenaarsboeken is daardoor een hachelijke en spannende aangelegenheid, die de grens tussen boek en kunst moet overschrijden om de piketpaaltjes te kunnen plaatsen.

Toch herkennen de meeste mensen het boekige en het kunstzinnige van een object in een bibliotheek vrijwel meteen. Zoals Johanna Drucker al zei: ‘De betoverende kracht van het kunstenaarsboek zit hem in de manier waarop het aandacht vraagt voor bepaalde aspecten van het eigene van een boek, terwijl het de expressieve complexiteit van het boek als communicatiemiddel materialiseert.’
Jawel.

Het boek zal zijn visuele, talige, letterlijke en metaforische betekenis vrijgeven, maar op een complexe wijze. Het materiaal en de structuur zijn namelijk deels de betekenis, net als de woorden of de illustratie slechts een deel van de betekenis uitmaken. En het geheel is niet in één tekst of beeld te vangen.
Het geheel is het kunstenaarsboek dat dan ook meer eist van een lezer dan lezen.
De term ‘lezer’ is hier niet van toepassing en dat is lastig voor ons, want lezer en boek zijn in de loop van honderden jaren met elkaar vergroeid.

Dat wil zeggen: lezer en woorden, net zoals we boek en tekst sinds de uitvinding van de boekdrukkunst als één logisch geheel hebben gezien, zodanig zelfs dat toen er kunstenaarsboeken kwamen partij moest worden gekozen voor het gelezen boek versus het bekeken boek, of zoals Paul Valéry dat uitdrukte: ‘Le texte vu, le texte lu’ zijn twee totaal verschillende zaken en de één sluit de ander uit.

Opdracht in handschrift van Paul Valéry aan Max Molho in een exemplaar van La jeune Parque (1925) uit de Collectie Koopman van de KB
Dat gold toen als een acute observatie, en gold eigenlijk alleen voor het onderscheid tussen het waarnemen van de letters bij het lezen versus het waarnemen van de hele pagina of twee pagina’s ten einde aan de hand van de lay-out de structuur van een tekst te doorgronden. Maar zijn uitspraak is later vaak gebruikt om een verschil aan te geven tussen interessante boeken die men wil lezen en mooie boeken die nooit gelezen worden, maar alleen maar verzameld, bijvoorbeeld private press boeken. Kortom, er sloop iets denigrerends in.

Wij maken dat onderscheid natuurlijk niet.

Maar intussen heeft de beeldcultuur een enorme ontwikkeling ondergaan. Het primaat van de woorden is inmiddels simpelweg verdwenen. Het beeld heeft zijn plaats in het boek opgeëist, of dat er nu een is met een wervende functie, zoals een kleurrijk omslag, of als een alternatief voor woorden, zoals bij kunstenaarsboeken waar woorden en beeld onlosmakelijk vergroeid zijn geraakt. Ja, de komst van het kunstenaarsboek kan zeker gezien worden als een uiting van die toenemende macht van het beeld in onze cultuur.

Overigens is het beeld natuurlijk nooit afwezig geweest in onze cultuur, maar in de wereld van het boek was het voorheen altijd een ondergeschikt iets: plaatjes voor kinderboeken, of illustraties ter instructie in het onderwijs.

Er was een rangorde, waarbij het wetenschappelijke werk er een was met dicht bedrukte pagina’s zonder veel lucht, en een roman met afbeeldingen als minder serieus gold dan een roman met afbeeldingen, om over het stripverhaal – het onderwerp van de vorige NBV-lezing, stripverhalen – maar te zwijgen.

[Wordt vervolgd.]

donderdag 24 april 2014

9. Koken met Weed

Iedere kok heeft zo zijn eigen problemen en sommige ingrediënten zijn schaars. Bij uitzondering bestaan gerechten uit... boeken - zie mijn blog over eetbare boeken in de KB-collectie - maar andere ingrediënten kun je zelf thuis telen, zoals weed.

Er zijn verschillende naslagwerken voor de weed-teelt, maar niet veel kookboeken met recepten voor weed, of wiet, of wied - de spelling is flexibel, zeker onder invloed van marihuana. Een Amerikaans kookboek is van Adam Gottlieb en heeft de quasi-wetenschappelijke titel The art and science of cooking with cannabis. The most effective methods of preparing food & drink with marihuana, hashish & hash oil. Het stamt uit 1993 en verscheen in Manhattan Beach in Californië. Er is geen exemplaar in een Nederlandse bibliotheek aanwezig. 

Op internet zijn wel losse recepten te vinden, waarin prangende vragen worden beantwoord, zoals: 'Hoe lang moet wiedboter trekken?'. Ook vind je er adviezen over weed in brownies, ijs, wentelteefjes of roerei.
Vlucht naar het koken (voorzijde)
Toch verscheen ook in Nederland een kookboek voor de wiet-liefhebbers, alleen weten we niet precies wanneer, want het boekje is niet gedateerd. Het kwam recent als geschenk in de KB - met dank aan de schenker - en heet Vlucht naar het koken.

Het is een gestencild en geniet uitgaafje, met ingeplakte illustraties. De uitgever is Labyrinth in Beverwijk en de samenstelling was in handen van Kreamune. De enige verwijzing naar dit collectief - op dit moment - is te vinden via Delpher (boeken, tijdschriften en kranten). De groep bestond uit Meindert Bylsma en Harm de Vries (auteurs), de kunstenaar Murk van Stralen en de uitgever Tabe Beintema. In juni 1970 werd over dit collectief bericht in de Leeuwarder Courant. Op een Kunstmarkt in Leeuwarden op 12 oktober 1970 heeft de groep een stand ingericht om hun werk te verkopen.
Vlucht naar het koken (p. [6]-[7])
Hoe je aan weed komt wordt in de recepten niet uitgelegd, dat was voor deze koks geen geheim. Maar waar haal je weedzaad of een blikje doperwten en tomatenpuree vandaan?

Wel, dat weedzaad 'pik [je]  uit 't vogeleetbakje van je tante's kanariepietje'. Voor het blikvoer handel je als volgt: 'Stap naar je buren die vast nog wel een blikje doppers en een blikje tomatenpuree voor je over hebben. Lenen kost geen geld.'

Toch wordt er af en toe iets gewoon gekocht. Voor het recept met 'Geen naam' moet je rode pepers kopen en voor 'W-groente met rijst' moet je 'op je vliegende reuzevlinder' naar China vliegen om er op de markt zilvervliesrijst te kopen.

Verder moet je alles zelf plukken in het bos, op het erf, in het boekweitveld, of zoeken op het strand. De recepten zijn eenvoudig, hoewel er af en toe wel degelijk iets gekookt, gestampt, gedroogd of gebakken moet worden. Sommige recepten zijn bedoeld om langer te kunnen slapen, andere maaltijden zijn bedoeld om gezellig op te slurpen.
Vlucht naar het koken (p. [11])
De tekeningetjes zijn los geproduceerd en ingeplakt. Eén 'illustratie' bestaat slechts uit de woorden 'geen tekening', kennelijk om misverstanden te voorkomen op een verder lege bladzijde; je zou er maar eens 'bad trip' aan overhouden. 

De gerechten van bijvoorbeeld weedgroente in tomatensaus, hartige weedballetjes, weedgroente in gevulde schelpjes of weedgroente met rijst getuigen van een - op het weed na - gezonde keuken en haast was er in 1970 niet bij. 

Dat is nu op de websites over dit onderwerp wel anders: een van die sites heet 'Simpel en snel wiet eten'. Wat dat betreft is ook de weedcultuur in veertig jaar meegegaan met een algemener trend naar snelle resultaten.

[Ook gepubliceerd op KB Blogs.]

dinsdag 22 april 2014

8. Het Kunstenaarsboek: om te lezen of om te bekijken? (2)

[Vervolg van Ligatuur, maandag 14 april 2014]

De terminologie van het kunstenaarsboek lijkt wel gemaakt te zijn in Alice’s Wonderland. Die terminologie is zeer verwarrend. Artikelen over kunstenaarsboeken beginnen meestal met een mislukte poging tot definities en klinken als een diepe zucht, bijvoorbeeld:

'De term kunstenaarsboek is moeilijk af te bakenen.' Dat lezen we op de website van de Yale University Library: 'The term artists' books is difficult to define'.


Elders:

'Er is geen gemeenschappelijk wezenskenmerk, noch is er eensgezindheid over wat nu eigenlijk precies een kunstenaarsboek is'. 


Dat is een uitspraak van Michael Glasmeier, in de tentoonstellingscatalogus Die Bücher der Künstler uit 1994 (p. 11): 'Es gibt keine verbindliche Form, noch existiert eine allgemeine Übereinkunft darüber, was denn ein Künstlerbuch letztendlich nun eigentlich ist.'

Kunstenaarsboek is een tweeledige term en beide componenten kunnen voor verwarring zorgen, zeker bij de Engelse term 'artist's book'. Art en Book, lijkt duidelijk, maar toch. Die combinatie werd eigenlijk pas problematisch gedurende de jaren zeventig, toen het moderne Amerikaanse 'artist's book' uit de jaren zestig, werd verzameld, tentoon gesteld en geanalyseerd. Een voorbeeld is het befaamde boek van Ed Ruscha, Twentysix Gasoline Stations uit 1963.

Ed Ruscha, Twentysix Gasoline Stations (1963)
Toen bleek namelijk dat de intenties van de makers, de wijze van productie en de verspreiding enorm afweek van een oudere Franse traditie van het kunstenaarsboek dat tot dan toe het 'livre d'artiste' werd genoemd en dat terugging tot het begin van de twintigste eeuw.

Paul Verlaine, Parallèlement met litho's van Pierre Bonnard (1900)
Een vaak geciteerd voorbeeld is een bundel met gedichten van Paul Verlaine, Parallèlement, met litho’s van Pierre Bonnard, gepubliceerd door de kunsthandelaar Ambroise Vollard in 1900.
Het koste enige tijd voordat begrepen werd dat de term 'artist's book' geen letterlijke vertaling was van de Franse term 'livre d'artiste', maar dat het om twee geheel verschillende fenomenen ging.

Het 'livre d'artiste' was een boek dat het resultaat was van een samenwerking tussen een kunstenaar en een auteur, vaak met hulp of zelfs op initiatief van een galeriehouder of uitgever. Het 'artist's book' echter was een kunstwerk dat de vorm van een boek had aangenomen en waarvoor slechts één kunstenaar verantwoordelijk was.

Dit zou je kunnen samenvatten in de formule de 'art of the book' versus 'the book as art'. Boekkunst versus kunst in boekvorm.


Deze botsing van kunstenaarsboeken was een soort terminologische oerknal. De nieuwe termen vlogen je om de oren. Het Franse kunstenaarsboek bijvoorbeeld, het 'livre d'artiste' werd nu ook wel 'livre de peintre' genoemd of 'livre de conversation' of 'livre de luxe', maar zegt de website van de International League of Antiquarian Booksellers: 'De strijd is nog niet beslist.' ('Le débat reste cependant ouvert').

En na 1980, toen nieuwe boektypen werden verzonnen en gemaakt kwamen er nog meer termen zodat ook het 'livre manuscrit', het 'livre objet' (zelf het 'poème objet', zoals Léger's Liberté, j'écris ton nom) en het 'livre-collage' konden worden ingesloten.

Het Amerikaanse 'artist's book' intussen kreeg ook nieuwe etiketten opgeplakt, 'bookworks' en 'book art'.

En het gebied tussen 'livre d'artiste' en 'artist's book' werd gevuld met een groot aantal nieuwe boekvormen, waardoor, zoals Johanna Drucker opmerkte, 'de rubriek nu het volle spectrum omspant, van de kostbare uitgave in gelimiteerde oplage tot en met de goedkope multiple'.


[Wordt vervolgd.]

vrijdag 18 april 2014

7. Armando op Dichter op het Scherm

Vanmiddag is op Dichter op het Scherm - de poëziesite van de KB - een nieuw dichtersprofiel online gezet. Stagiair Jonathan Coffeng schreef over de gedichten van Armando.


Gard Sivik 33 (1964)
Het profiel bevat naast een biografisch en bibliografisch overzicht tientallen citaten uit het werk van Armando, wiens gedichten wel vergeleken zijn met gewapend beton. De pagina's over Armando vieren in zekere zin de opening op 21 maart van het nieuwe Armandomuseum in Oud Amelisweerd bij Bunnik.

Een typerend vroeg citaat uit Armando's werk is:

zeg: maak m’n handschoenen los. water.
zegt: toon zelfbeheersing.
zeg: maak m’n handschoenen los. water.
zegt: toon zelfbeheersing.

zeg: krijg de kelere-kanker met je zelfbeheersing. water.


Meer over Armando dus vanaf vandaag op Dichter op het Scherm.

Gard Sivik 31 (1963)

maandag 14 april 2014

6. Het Kunstenaarsboek: om te lezen of om te bekijken? (1)

[Op 6 april hield ik op uitnodiging van de Nederlandse Boekhistorische Vereniging en Museum Meermanno een lezing over het kunstenaarsboek. In dit blog volgt het begin daarvan; de rest wordt in latere blogs gepubliceerd.]

Vanmiddag gaat het om kunstenaarsboeken. Het prettige van dit onderwerp is dat niemand het eens is over wat een kunstenaarsboek nu eigenlijk is en daar kun je dus goed ruzie over maken. Je hoeft maar iets te zeggen en de halve kunstenaarsboekengemeenschap valt over je heen. We zouden er dan ook een levendige middag vol scheldpartijen over en weer van kunnen maken.

Maar we kunnen het ook anders aanpakken. En verschillende aspecten van kunstenaarsboeken de revue laten passeren. We zouden eens goed kunnen kijken naar die onmogelijkheid om het kunstenaarsboek te vangen in definities en we zouden daarbij de problemen van de lezer van het kunstenaarsboek kunnen belichten. Dat zal ik doen vanuit de typografie, gezien mijn functie als conservator in een bibliotheek en gezien het thema van deze reeks lezingen: hoe beïnvloedt de vorm van het boek onze leeservaring? Al theoretiserend en naar mooie kleurenplaatjes kijkend, kunnen we dan bedenken wat wij eigenlijk vinden van dat soort boeken.

Want, dat is bij aanvang al duidelijk: sommige mensen hebben een gruwelijke hekel aan kunstenaarsboeken en dan bedoelen ze de luxe exclusieve uitgaven, die ze in de ban doen omdat zij zelf doordesemd zijn van democratische gevoelens en vinden dat boeken niet duur moeten zijn en voor iedereen bereikbaar; anderen zeggen van kunstenaarsboeken dat ze er niet zoveel aan vinden, maar dan bedoelen zij eigenlijk dat ze niet van aanstellerij houden, of van kunstzinnig gemodder; hun gaat het puur om de tekst. Want ja, een boek zonder tekst is natuurlijk niks.

Dat valt te bezien. Wat we intussen namelijk wel geleerd hebben, zeker de boekwetenschappers onder ons, is dat tekst helemaal geen tekst is. Daarover straks meer.

Waarom zou ik overigens zelf een mening hebben over kunstenaarsboeken? Wel, als conservator in de Koninklijke Bibliotheek ben ik onder andere verantwoordelijk voor de aanschaf van bijzondere drukken en dat kunnen fotoboeken, private press-uitgaven, of fragiele werken zijn, maar dus ook wel kunstenaarsboeken. 


Vroeger kochten we geen kunstenaarsboeken – althans, dat dacht de KB. Want, als depot van Nederlandse publicaties hanteerde de KB een definitie van het boek die uitging van tekst – zonder tekst geen boek nietwaar? – en van een oplage – minstens vijf exemplaren – en van nog een paar zaken. Museale stukken, of liever gezegd: kunstwerken hoorden daar niet bij. 
Paul Eluard, Fernand Léger, Liberté, j'écris ton nom (1953)
Nu is de KB in de eerste plaats een nationale bibliotheek, die taak is de afgelopen twintig jaar steeds duidelijker omlijnd en daarbij verzamelen we nu alles van en over Nederland. En daar horen kunstenaarsboeken – tot op zekere hoogte – ook bij. Alleen verzamelen we geen unica – de oplage is heilig.  Als het om uitgaven van kunstenaars gaat, is er eigenlijk geen reden te bedenken om Nederlandse kunstenaarsboeken niet op te nemen. Behalve dus als het meer kunst is dan boek.

Behalve Nederlandse uitgaven schaf ik voor bijzondere collectie ook buitenlands werk aan, waarbij de nadruk op het Franse aspect ervan ligt: dat in verband met de Collectie Koopman, waaruit verschillende werken hier in de tentoonstelling liggen, zoals Liberté, j’écris ton nom van Paul Éluard, een schreeuw om vrijheid, gemaakt tijdens de Tweede Wereldoorlog, met illustraties in pochoir van Fernand Léger uitgegeven in 1953. 

Paul Eluard, Fernand Léger, Liberté, j'écris ton nom (1953)
Of we nu kunstenaarsboeken aanschaffen of niet, hoe dan ook verwacht de KB van mij dat ik boeken koop en geen schilderijen, of tekeningen, of etsen. Boeken, maar als het gaat om kunstenaarsboeken schaf ik wel degelijk buitenissige zaken aan, zoals vergulde etsplaten, een handbeschilderd tafelscherm voor pinguïns of, jawel, geborduurde zakdoeken. Ik zal ze straks laten zien.

KB Koninklijke Bibliotheek’ (boeksimulant van marsepein, uitgave van de KB, 1998)
Als je zulke dingen in een bibliotheekcollectie aantreft – en dan heb ik het nog niet over zaken als eetbare boeken, namelijk van marsepein, of boeken in een fles geborgen, of andere curieuze objecten die we in de loop van veertig jaar Depot hebben ontvangen – dan moet je je de vraag stellen: kunnen we het boek wel definiëren als een boek? Is het kunstenaarsboek een boek en horen zulke boeken wel in een bibliotheek? 

[Wordt vervolgd.]

woensdag 9 april 2014

5. Herkomst: William Morris's Kelmscott Manor

De KB bezit twee boeken uit de verzameling van William Morris. Morris (1834-1896) was maar 62 toen hij stierf - dat lijkt nauwelijks voorstelbaar gezien zijn talloze actviteiten en des te meer als je op een foto zijn grijs behaarde en bebaarde gezicht ziet. Socialist, kunstenaar, drukker en uitgever, ontwerper van behang, wandkleden, meubels in de periode van het Pre-Raphaelitisme en de Arts and Crafts. Daarnaast was hij ook nog een fervent bibliofiel.
Ex-libris van William Morris

De boekenverzamelaar William Morris


De vernieuwing van de boekkunst die Morris in de laatste jaren van zijn leven teweeg bracht, kwam niet uit de lucht vallen. Al vroeg was hij gefascineerd door Middeleeuwse manuscripten en kalligrafeerde hij gedichten in neo-gotische stijl. Vanaf zijn dertigste verzamelde hij boeken en dan vooral de vroege gedrukte werken uit de vijftiende eeuw en middeleeuwse handschriften. De vormgeving daarvan bepaalde later zijn gedachten over 'het ideale boek' en de uitgaven van zijn Kelmscott Press. Het is daarom een mooie bijkomstigheid dat de KB van beide deelverzamelingen een voorbeeld in huis heeft: een Nederlands getijdenboek uit ca. 1420-1440 en een Duitse incunabel uit 1473.


Een getijdenboek van de ene naar de andere kast

Getijdenboek, Utrecht of IJsselstreek, ca. 1420-1440 (KB 79 K 30)
Het getijdenboek (waarschijnlijk uit Utrecht of de IJsselstreek) laat voorin twee ex-librissen zien. Het oudste is dat van Morris. 


Ex-librissen van William Morris en van H.A. Foyle in Getijdenboek, Utrecht of IJsselstreek, ca. 1420-1440 
(KB KW 79 K 30)
Daarna is het handschrift in bezit gekomen van de Londense boekhandelaar H.A. Foyle (1885-1963), wiens winkel in Charing Cross Road een boekenparadijs was. Zijn privéverzameling bewaarde hij vanaf de Tweede Wereldoorlog in Beeleigh Abbey. Morris heeft overigens nóg een spoor in het boek achter gelaten. Op een leeg blad voorin schreef hij zelf de aankoopdatum: 4 juli 1895.


Inscriptie van William Morris in Getijdenboek, Utrecht of IJsselstreek, ca. 1420-1440 
(KB 79 K 30)
Morris had het boek gekocht op een veiling bij Sotheby's in Londen en het was afkomstig uit de bibliotheek van Musée Napoléon, het huidige Musée de Picardie. Twee jaar na zijn dood werd het opnieuw bij Sotheby's geveild en kocht Henry S. Wellcome dit Nederlandse handschrift. In 1945 werd het afgestoten door The Welcome Institute in Londen en kon Foyle het kopen.

Uit diens nalatenschap werd het bij Christie's in Londen geveild op 11 juli 2000. De Nederlandse firma Célesta Fine Art kocht het en in 2012 verwierf de KB het handschrift. Het bijzondere is dat deze herkomstgeschiedenis niet het gewone patroon vertoont, waarbij een boek van de ene verzamelaar naar de andere gaat om uiteindelijk in een bibliotheek te belanden. Tussendoor is dit boek twee maal eerder in een instituut opgenomen geweest: het museum van Napoleon aan het nu bekende begin van de keten; en ná Morris's huis, Kelmscott Manor, verbleef het boek een halve eeuw in het Londense Wellcome Institute. 


Verzamelaars van een Duitse incunabel


Als je de Duitse incunabel open slaat zie je meteen een soort bibliofiel slagveld: vier ex-librissen van verzamelaars, twee ingeplakte beschrijvingen uit catalogi en een fragment uit een handschrift (met een tekst van Thomas van Aquino) dat als dekblad is gebruikt toen het boek werd ingebonden. De tekst is Pantheologia van Rainerius de Pisis, uitgegeven in Nuremberg in 1473. 


Binnenzijde voorplat van Rainerius de Pisis, Pantheologica (1473) 
(KB KW 169 A 25)
Het oudste ex-libris is van het Conventus Ratisbonensis FF. Ord. Praed, ofwel, het klooster van de dominicanen (de predikheren) in Regensburg, dat begin negentiende eeuw werd opgeheven. Het volgende ex-libris is van William Morris, maar het is niet duidelijk wanneer hij het boek kocht. Het werd na zijn dood geveild op 9 december 1898 en toen waarschijnlijk aangekocht door bibliofiel George Dunn. Zijn ex-libris is in dezelfde stijl gedrukt als dat van Morris. Dat van Morris is overigens niet echt zijn ex-libris, maar een waarborg dat het boek uit zijn verzameling werd verkocht. Men kon na Morris' dood dit type ex-libris laten drukken in het lettertype van Morris. George Dunn (1865-1912) heeft dat laten doen en net als Morris vermeldde hij trots zijn buitenplaats, Woolley Hall, near Maidenhead. Dunn kon maar veertien jaar genieten van zijn aankoop, want hij stierf in 1912 nog voor zijn vijftigste. De veiling van zijn bibliotheek werd verspreid over enkele jaren.


Richting Koninklijke Bibliotheek


De twee uitgeknipte beschrijvingen komen uit antiquariaatscatalogi en geven aan dat het boek vervolgens door minstens twee handelaren van eigenaar gewisseld is. De volgende aanwijzing is het ex-libris van de bankier, musicoloog en verzamelaar D.F. Scheurleer (1855-1927). 
Ex-libris van D.F. Scheurleer in Rainerius de Pisis, Pantheologica (1473) 
(KB KW 169 A 25)
In 1933 kocht de KB een groot gedeelte van zijn bibliotheek, met nadruk op de liedboeken. Zo kwam in 1933 het eerste boek uit de collectie van William Morris in huis. Het handschrift volgde in 2012. Het zou best kunnen dat de KB, zonder dat wij het weten, nog meer boeken uit zijn verzameling bezit. In elk geval hebben we ook enkele van de 'private press'-boeken die hij zelf gedrukt heeft. Een voorbeeld daarvan is The Romance of Sir Degrevant. Het boek verscheen in 1896, het sterfjaar van Morris.


The Romance of Sir Degrevant (Kelmscott Press 1896) 
(KB KW 167 F 21)
[Eerder gepubliceerd op Blogs van de Koninklijke Bibliotheek, 28 maart 2014].

vrijdag 4 april 2014

4. Meer Hot Printing van Werkman online

Vanaf vandaag staan er op de KB-website nieuwe afbeeldingen van de prenten uit de reeks Hot Printing (ca. 1935-1936) van H.N. Werkman.


Prenten uit het Klingspor Museum


Toegevoegd aan de Census van de prenten - met een overzicht van alle bekende exemplaren van de prenten -  zijn afbeeldingen van de exemplaren in het Museum Klingspor in Offenbach, dankzij de bibliothecaresse Stephanie Ehret-Pohl.


H.N. Werkman, 'Mannetjes met hondjes' (Klingspor Museum Offenbach)

Dat is onder andere belangrijk, omdat nu voor het eerst te zien is welke kleinere en grote verschillen er tussen Werkmans in oplage gemaakte prenten van Hot Printing optreden. In het geval van de prent 'Mannetjes met hondjes' is dat zeer opvallend. Er is één exemplaar bekend met drie hondjes, er is één exemplaar bekend met twee bruine hondjes, er zijn twee exemplaren met één zwarte en één bruine hond, en nu is er dus ook één exemplaar afgebeeld van een prent met maar één hond.


Honden, hondjes of hondje?


De titels van de prenten zijn maar deels gebaseerd op Werkmans eigen lijstje van titels, maar deze titel staat er op, alleen is die niet echt goed leesbaar: staat er nu honden, hondje, of hondjes? Voor de Klingspor Museum-prent is het enkelvoud eigenlijk de enige juiste benaming, maar dat geldt dus voor geen van de andere exemplaren. Het zou mooi zijn als we nog meer exemplaren kunnen localiseren, hoewel ik niet verwacht dat er ook prenten zijn met vier hondjes, of zonder hond.


H.N. Werkman, fragment van titellijstje Hot Printing-bladen (Stedelijk Museum Amsterdam)