donderdag 15 februari 2018

194. Simon Morris over De kunst van lezen

Vanmiddag sprak kunstenaar/professor Simon Morris over de tentoonstelling 'Reading as Art' (zie de catalogus), een tentoonstelling die hij eerder in Engeland organiseerde. Hij was in Museum Meermanno omdat zijn eigen werk daarin een plaats heeft in de vierde zaal (over 'Onthouden') in de tentoonstelling 'De kunst van lezen'.


Simon Morris licht zijn werk toe in 'De kunst van lezen' (2018) [foto: Karen  Polder]
Na zijn inleiding - die buitengewoon interessant en bovendien humoristisch was - lichtte hij in de tentoonstelling zijn eigen werk toe. Over zijn werk had hij tijdens te inleiding helemaal niet gesproken. Dat was te bescheiden. 

Tot 4 maart kunt u de tentoonstelling nog bezoeken. Ik zal met plezier nog rondleidingen geven.

zaterdag 10 februari 2018

193. Rebecca en Jim Sutherland bezoeken De kunst van lezen

Rebecca en Jim Sutherland waren vanmiddag op bezoek in Museum Meermanno om zelf de tentoonstelling 'De kunst van lezen' te bekijken. Ze vonden die overigens prachtig.

Rebecca en Jim Sutherland bij hun boek Hide & Eek
Zij werken samen in Londen als ontwerper en kunstenaar en maakten bijvoorbeeld postzegels over Agatha Christie romans, waarbij bekende scenes worden getoond, maar voor de oplossing van de moorden in de boeken met speciale inkt op het eerste oog onzichtbare elementen zijn toegevoegd. Die worden zichtbaar onder invloed van warmte.

Het boek in de tentoonstelling heet Hide & Eek. Het idee is afkomstig uit negentiende-eeuwse Engelse kinderboekjes, waarbij transparant papier wordt gebruikt om twee verschillende beelden tegelijk zichtbaar te maken. In Hide & Eek gebruikten ze meerdere lagen papier. De gewone beelden kunnen met een zaklamp worden beschenen - het beste kun je er diep mee onder de dekens kruipen! - en dan worden allerlei enge dingen zichtbaar: spoken, insecten, dreigende dierenkaken en zo voort. Zie wat Rebecca er zelf over schreef op haar website.

Rebecca en Jim Sutherland bij hun boek Hide & Eek

maandag 29 januari 2018

192. Artists' talks door Marinus van Dijke en Joyce Overheul

Afgelopen zondag was het gezellig druk in Museum Meermanno toen twee kunstenaars een presentatie over hun werk gaven. Twee geheel verschillend werkende kunstenaars, wier werk in de tentoonstelling De kunst van lezen nog tot 4 maart te zien zal zijn.


Het werk van de twee kunstenaars van deze middag is verbonden met de twee laatste thema’s in de tentoonstelling: je concentreren (zaal 5) en reageren (zaal 6). We zouden de titel van de tentoonstelling voor deze twee presentaties hebben kunnen omkeren: niet 'De kunst van lezen', maar: 'Het lezen van kunst'.

Marinus van Dijke


Marinus van Dijke, Eye (2013)
Kunstenaar Marinus van Dijk is in deze tentoonstelling vertegenwoordigd met het werk 'Eye' (oog) uit 2013. Het is een combinatie van een film (beelden met geluid) en een boek met foto's en tekeningen: elf tekeningen die de oogbewegingen van kippen volgen.

In de tentoonstelling relateerde ik zijn werk aan een uitspraak van de Franse auteur Georges Perec: 


Het oog concentreert zich niet op één woord, maar beweegt als een vogelkop heen en weer op zoek naar ‘voedsel’. 

Kunnen wij het heen-en-weergeloop van kippen vastleggen? Voor Eye is geprobeerd de bewegingen te registreren in potlood. De kunstenaar concentreerde zich op de ogen van enkele Bovans Brownkippen.

Marinus van Dijke, 28 januari 2017
Want lezen gaat niet in één richting: de ogen bewegen snel voorwaarts en achterwaarts langs een regel. Zelfs als wij dus heel geconcentreerd kijken of lezen. Dat is ook weer zo fascinerend, we kunnen het tegelijk wel én niet. Zeker niet aan één stuk, maar allerlei losse waarnemingen 'lezen' of liever interpreteren wij wel degelijke als één vloeiende beweging, als één zin of beweging. Daarom is het werk van Marinus van Dijke te zien in de zaal met het thema: Lezen is je concentreren.

Marinus van Dijke heeft naast 'Eye' veel meer gemaakt, meestal in relatie tot de natuur en vooral het landschap. Zo bestudeert hij al jaren één bepaalde duinvallei en maakte hij een wandeling door Ierland waarbij de route bepaald werd door een vouw in de kaart...

Hij liet verschillende van zijn projecten de revue passeren, waarbij duidelijk werd dat er steeds verschillende stadia zijn van ontdekken, doen, en bedenken van een uitwerking van de gevonden beelden. Zo voer hij ooit mee met een vissersschip langs de zeekust van Schouwen-Duiveland tot aan het werkeiland Neeltje Jans. Een door hem aan boord gemonteerde camera legde de kust vast met duinen die laag of iets hoger waren, bebouwing die zich soms voordeed, waarbij de boot soms dichter bij de kust voer en dan weer op grotere afstand ervan. Het duurde een paar jaar voordat Van Dijke besloot tekeningen te maken op basis van deze beelden. Dat gebeurde nadat hij gefascineerd raakte door de bewegingen die hij zag bij het langstrekken van de kust.

Door de deining van het schip leek de kuststreek zich niet gewoon als een horizontaal landschap aan hem voorbij te trekken, integendeel: die bewoog almaar op en neer, naar boven en naar beneden. Dat werd de basis voor zijn tekeningen en daaruit bleek dan weer dat de bewegingen soms klein en regelmatig en dan weer groot en onregelmatig zijn.

De schijnbaar chaotische of willekeurige tekeningen kregen er plotseling de status van een rapport bij.

Joyce Overheul

De tweede kunstenaar van de middag, Joyce Overheul, houdt zich in haar werk, anders dan Marinus van Dijke, juist met mensen bezig. Hun gedrag boeit haar; in haar ogen is menselijk gedrag bijna altijd vreemd of vervreemdend. Haar werk kan gezien worden als een sociaal experiment. Het bestuderen van social media kreeg zijn neerslag in het werk waarmee ze in deze tentoonstelling is vertegenwoordigd: De drie maanden uit het leven van Rogier (2013). 

Rogier, 17 jaar, scholier, stuurde talloze tweets de wereld in. Overheul verzamelde ze, redigeerde ze, voegde er foto’s aan toe die gebaseerd waren op foto's die Rogier zelf op Instagram had gepost en publiceerde het als De drie maanden uit het leven van Rogier

Dit werk is te zien in de laatste zaal, waar we de wisselwerking tussen scherm en papier, digitaal en fysiek, verkennen aan de hand van kunstwerken die van het ene medium iets in een ander medium maken, zoals Michael Mandibergs omvangrijke project om heel Wikipedia uit te printen. Stel u voor – de Nederlandse versie van die online encyclopedie telt al meer dan 1000 delen, de Engelse meer dan 7000. 

Joyce nam tweets van de jonge man en schreef er een lopend verhaal mee. Dat roept vragen op over hoe wij zulke teksten als lezer ervaren.


Overheul vertelde hoe zij vaak aan verschillende projecten tegelijk werkt en toonde beelden van wapens die nagemaakt waren van zachte materialen en ook een grote serie haakwerken die een kikker of een Big Mac voorstellen. Patronen die je zelf kunt haken.

Voor het twitterproject zocht zij naar een Nederlander die veel twitterde en ze kwam uit bij Rogier, die zij niet om toestemming vroeg. Op haar berichten reageerde hij niet, ze kwam niet met hem in contact. Na de publicatie (en een tentoonstelling van het boek en project in Utrecht) kwam zij met het project op televisie - bij Knevel en Van den Brink. Zij hoopte dat Rogier online zou reageren op de uitzending, maar een half uur voordat die begon twitterde Rogier dat hij ging slapen...

Joyce Overheul kijkt terug op Knevel en Van den Brink
Zijn ouders zaten wel te kijken en hoewel de naam van Rogier, die van zijn vriendin, zijn woonplaats, zijn grootste hobby - scaten - en zelfs een recent ongeluk daarbij de revue passeerden hadden zijn ouders niet het idee dat het boek over hun zoon ging.

Omroep Brabant pikte het bericht op. Hoewel Overheul nooit in Brabant heeft gewoond, werd zij wel geboren in het ziekenhuis in Den Bosch en daardoor was ze volgens de omroep een Bossche kunstenaar die aandacht verdiende van de lokale omroep.

Aantallen tweets en posts van Rogier in drie maanden

Het filmpje toont de (nagespeelde) eerste ontmoeting van kunstenaar en twitteraar. Rogier deed heel ontspannen en had geen bezwaar tegen de publicatie. Overheul was wel verbaasd dat hij meteen iets deed waarover hij nooit twitterde: hij stak een sigaret op. Daarover stuurde hij nooit een tweet de wereld in, omdat hij bang was dat zijn ouders zouden meelezen en dan zouden ze zijn rijlessen niet betalen... Ook iemand die bijna over alles twittert - inclusief eten en wcbezoek - en zelfs zoveel dat er een korte roman van te maken is, verzwijgt desondanks nog belangrijke zaken...

De discussie met het publiek spitste zich toe op de oorbaarheid van het project. Rogier was destijds minderjarig, er was geen toestemming gevraagd, ook niet aan de ouders. Wel had Overheul nagevraagd wat juridisch was toegestaan en door haar bewerking van de berichten en het namaken van de foto's was er niets illegaals aan het project. 

Maar sommigen in het publiek vonden toch dat het niet geoorloofd was. Het is misschien de eerste keer dat een discussie bij een tentoonstelling in Museum Meermanno niet gaat over vormgeving, lettertypen en de lange geschiedenis van het boek, maar over hedendaagse heikele juridische kwesties rond copyright en minderjarigheid. 

Het was een levendige middag met diverse standpunten van een geboeid publiek.


Aanmelden voor deze middag (15.00-16.30 uur in Museum Meermanno) kan via: aanmelden@meermanno.nl  onder vermelding van 4 februari. (Kosten: €5,00 met museumjaarkaart en €10,00 zonder.)

zondag 14 januari 2018

191. Artist's talk door Carina Hesper

Vanmiddag, in Museum Meermanno, sprak kunsenares Carina Hesper over haar fascinerende boek Like a Pearl in My Hand. Het is een van de kunstenaarslezingen die we organiseren in het kader van de tentoonstelling 'De kunst van lezen' (samenwerking van de KB met Meermanno). De volgende bijeenkomst is op 28 januari.

Museum Meermanno, 14 januari 2018
De bijeenkomst - eerst in het koetshuis, later in de tentoonstelling - was dé gelegenheid om de kunstenaar zelf te spreken over haar werk. Dat werk begon jaren geleden met een serie foto's, maar daarvoor al had Hesper het idee om iets te doen met thermodynamische inkt, inkt die reageert op temperatuur. Pas toen zij in een Chinees weeshuis blinde kinderen ontmoette en fotografeerde besloot ze dat die inkt haar zou helpen om het fotoproject een definitieve richting te geven.

Ze vertelde hoe lastig het was om uit te vinden hoe die inkt toegepast kon worden. De experimenten waren uiterst kostbaar - de inkt is duur - en uiteindelijk koos zij ervoor de foto's in vierkleurendruk te laten drukken, waarna in zeefdruk de inkt in drie lagen werd opgebracht. Dat zorgde ervoor dat de foto's geheel bedekt zijn en dat de zwarte inkt de onderliggende foto's niet meer laat doorschemeren. 

Museum Meermanno, 14 januari 2018
Een andere beslissing betrof de keuze van de inkt, want er zijn verschillende inkten voor verschillende temperaturen. Sommige werken bij 37 graden Celcius, andere bij 20. En lichaamstemperatuur lijkt ideaal als je wilt dat de foto's worden aangeraakt, maar dat was het niet. De bedoeling is dat de aanraking de inkt opwarmt waardoor die transparant wordt en de onderliggende foto zichtbaar wordt.

Maar handen zijn vaak niet zó warm. Intussen blijft het précair. Bij de opening van de tentoonstelling bleek dat de door de ontwerpers aangebrachte lampjes de foto's iets teveel opwarmden waardoor de beelden niet meer zwart werden. Deze week zijn de handen van de bezoekers zo koud dat ze geduldig moeten wachten tot de inkt op de foto genoeg verwarmd is.

Museum Meermanno, 14 januari 2018
Intussen blijft het een ontroerende sensatie om door je eigen handopdruk de foto van een blind weeskind te voorschijn te toveren in de wetenschap dat het beeld verdwijnt zodra je verder loopt.

De enige reden waarom Carina Hesper in staat was de foto's te maken, was overigens dat het weeshuis niet door de Chinese autoriteiten wordt beheerd, maar een Frans initiatief is. Veel van de kinderen die zij vijf jaar geleden fotografeerde zijn inmiddels geadopteerd en wonen nu in Amerika of Frankrijk. Zij volgt ze en heeft zowel het weeshuis als de kinderen het boek (een cassette met losse foto's en een tekstboekje) getoond.

Waarom een boek? Losse prenten zouden te snel reageren op licht en warmte en niet meer bruikbaar zijn. In een boek zijn de pagina's doorgaans gesloten, waardoor de condities beter zijn voor een langer leven.

Wel kostte dat nog wat moeite. De Zwitserse binder meldde dat de eerste proefexemplaren mislukt waren omdat de inkt en de lijm zo op elkaar inwerkten dat de pagina's niet meer los van elkaar kwamen. Het was tijdens de jarenlange voorbereiding niet de enige tegenvaller. Maar de oorspronkelijk vorm van het boek - een Chinees hoog en smal formaat - werd erdoor wel aangepast, zodat er geen vouwen in de groot formaat foto's nodig waren en dat is weer pure winst. En de foto's liggen nu los in een doos. Dat is dan weer een klassieke presentatie van grafisch werk (denk aan portefeuilles met etsen zoals die eind negentiende eeuw populair waren).

Het was een ontwapenende ontmoeting met de kunstenaar en een prachtige presentatie voor een aandachtig gehoor.

Museum Meermanno, 14 januari 2018
Volgende presentatie: 28 januari aanstaande!

Op 28 januari laat Marinus van Dijke met zijn werk Eye (2013) zien dat het oog zich kan concentreren op beweging (wat bij lezen ook van belang is). Tweede spreker is Joyce Overheul die drie maanden lang alle tweets van de 17-jarige scholier Rogier verzamelde,  redigeerde en met foto’s publiceerde als De Drie Maanden uit het Leven van Rogier.

Aanmelden gaat via aanmelden@meermanno.nl onder vermelding van de datum. (Zie voor locatie, tijden en kosten de website van Museum Meermanno).

woensdag 3 januari 2018

190. De kunst van lezen: extra foto-expositie

Vanaf gisteren is in de hal van de Koninklijke Bibliotheek (op de eerste etage) een reeks foto's van Jos Uljee te zien. Ze geven een impressie van de tentoonstelling 'De kunst van lezen', die momenteel in Museum Meermanno te zien is (het is een samenwerking van KB en Meermanno).



Hal van de Koninklijke Bibliotheek, 2 januari 2017
Tegelijk verscheen in het tijdschrift De Boekenwereld (jaargang 33, nr 4) een aankondiging van de tentoonstelling in Meermanno. Ik citeer (en ik citeer mijzelf):


‘De kunst van lezen’ toont meer dan 20 bijzondere combinaties van papieren boeken met online aspecten uit de wereld van de industrie en de kunst. Twintig internationale kunstenaars uit Amerika, Nederland, Engeland, Frankrijk, Australië, Zuid-Afrika en andere landen werkten eraan mee.


Jos Uljee, 'De kunst van lezen'
Het onderwerp van de tentoonstelling is het lezen zelf: hoe werkt lezen eigenlijk en hoe ga je als lezer om met woorden, geluiden en beelden die tegelijk op je af komen? Lezen is immers niet alleen kijken, meerdere zintuigen lezen met je mee. Zes aspecten van het lezen komen aan bod: bladeren, aanraken, zien, onthouden, je concentreren en reageren.

William Kentridge’s 2nd Hand Reading (2014) opent de tentoonstelling. Het is de eerste keer dat dit werk – een combinatie van film en boek - integraal te zien is in Nederland. Dat geldt voor de meeste objecten in de tentoonstelling. Ook het laatste is voor het eerst in Nederland te zien: Print Wikipedia van Michael Mandiberg, een uitgeprinte versie van de Nederlandstalige Wikipediapagina’s.

Er zijn prachtige kunstwerken te zien met foto’s die op warmte reageren, vertalingen van gedichten die verstoord raken door nieuwere vertalingen, in een huid blindgedrukte namen van oorlogsslachtoffers, ogen die kippen achtervolgen, teksten die door een bril aan je worden voorgelezen.

Jos Uljee, 'De kunst van lezen'
Lezen blijft een bijzondere ervaring. Door het boek aan te raken, worden zintuiglijke ervaringen opgeroepen die van alles los maken in het brein, inclusief gehoor en smaak. Dat komt doordat we eigenlijk niet kunnen lezen. Er is geen orgaan voor. Er is niet één speciaal hersengebied dat lezen mogelijk maakt. Meerdere gebieden in het brein worden bij lezen aangesproken en door die diversiteit wordt lezen zo’n intense ervaring.

De tentoonstelling gaat over kwesties als kijken versus lezen, de fragiliteit van tekst op internet en de behoefte aan onveranderlijke teksten, de verschillende soorten van lezen, het anders lezen dan wij denken te lezen, de wisselwerking tussen techniek en leeswijze, tussen papier en online en de keuze tussen concentratie en prikkeling. Over het echte verschil tussen analoog en digitaal en over de wijze waarop bij het lezen waarneming, nieuwsgierigheid, kennis, amusement en ontroering mogelijk worden.

De boeken liggen niet in vitrines, de lezer is in deze tentoonstelling echt een lezer.

‘De kunst van lezen. Van William Kentridge tot Wikipedia’
Museum Meermanno, Den Haag
18 november 2017 t/m 4 maart 2018

'De kunst van lezen'. Foto-impressie door Jos Uljee
Koninklijke Bibliotheek, Den Haag
Te zien tot begin maart 2018

Jos Uljee, 'De kunst van lezen'

vrijdag 29 december 2017

189. Dubbele en driedubbele ruggen

Kijkend langs de ruggen van een boekenkastje waarin van alles en nog wat staat, zie ik twee pocketboeken die mij opvallen. Het zijn Het circus komt (1960) en Kermis der ijdelheid (uitgave 1963).

Noel Streatfeild, Het circus komt (1960)
De eerste pocket was een jeugdverhaal van Noel Streatfeild, Het circus komt, in 1960 verschenen in een Nederlandse vertaling als een van de Kern-pockets voor de jeugd van H. ten Brink's Uitgeversmaatschappij  N.V. 

Het tweede opvallende boek was een vertaling van de Engelse roman Vanity Fair van W.M. Thackeray, Kermis der ijdelheid. Dit betrof de tweede druk uit 1963, uitgegeven door L.J. Veen als Amstel-pocket.


W.M. Thackeray, Kermis der ijdelheid (1963)
Het ging mij niet om de omslagen van deze uitgaven - met tekeningen van Pim van Boxsel en een onbekende illustrator, maar om de rug van de pockets en vooral om de vormgeving daarvan.



Ruggen van Het circus komt en Kermis der ijdelheid
We kijken naar één rug van een boek, maar we zien er twee, in het geval van Het circus komt, en zelfs drie bij Kermis der ijdelheid. Het eerste boek heeft dan ook twee serienummers: 40 en 41 en die staan onderaan de rug. Het andere heeft drie nummers en die staan ook onderaan: 100, 101 en 102.


Noel Streatfeild, Het circus komt (1960)
Het eerste boek is op de voorzijde al aangekondigd als een 'dubbeldeel'. Maar er is maar één titelpagina, één doorlopende paginering en verder geen indeling in twee of drie delen. Alleen op de rug is het boek vormgegeven als een meerdelig werk.

De hele vormgeving van de pocketboeken in de vroege jaren zestig was gericht op verkoop, het bereiken van een zo groot mogelijk publiek, en dat gebeurde onder andere door het aanbieden van boeken in series, zoals vlak na de oorlog bijvoorbeeld het geval al was met de Prisma-boeken van uitgeverij Het Spectrum. Dubbeldelen kwamen in die eerdere reeks echter niet voor. De Charles Dickens-vertalingen van Godfried Bomans werden vaak in meerdere delen uitgebracht, maar dat waren dan ook echt losse delen, al waren ze door het gebruik van eenzelfde kleur voor het omslag dan weer als stel verbonden, maar tegelijk onderscheiden van de andere delen (die hadden een andere kleur). Vormgeving van afzonderlijke delen was ook in een uniforme reeks - zoals de hele reeks Dickens-vertalingen - een zaak van financieel belang.

Maar waarom zou je de rug van één boek gebruiken om er drie boeken op af te beelden en die drie schijn-delen nog te onderscheiden door ze elk een aparte kleur te geven? Bij Thackeray zijn de delen blauw, wit en rood. De auteursnaam en titel staat op elke schijnrug, net als het uitgeversmerk. Die zijn voor alle delen identiek. Wat ze dus onderscheidt is het eigen deelnummer en de specifieke kleur. Daarmee wordt aangegeven dat de koper niet één maar drie delen aanschaft en dat rechtvaardigt de hogere prijs, die overigens meestal lager was dan die van twee of drie losse delen. 

Maar er is ook een esthetische werking en daarvoor moeten we even in andere boekenkasten kijken met rijtjes van pockets, zoals Penguinboeken.


Een verzameling Penguinboeken
De uniformiteit hoort bij het sex appeal van een reeks, ze laten zich dankzij kleur en nummer visueel prettig ordenen. Dat appelleert ook aan de volledigheidsdrang van de verzamelaar. Het beeld van een heel dik deel tussen verder ongeveer even dunne andere delen zou dat beeld verstoren.

De twee Nederlandse voorbeelden staan niet alleen. 





Verschillende dubbeldelen
Ook de Ooievaarpockets kenden dubbelnummers en die verschenen al in de jaren vijftig. Van D.H. Couvee bijvoorbeeld nam Leve de Willemien! (1958) van de reeks nummer 85/86 in beslag. Dat stond op de rug, maar die rug was verder als één boek vormgegeven. Dat geldt ook voor andere dubbelnummers in de reeks, zoals De meidagen van '40 uit 1960 van dezelfde auteur. 

De dubbelpocket bleef ook later in gebruik. Uitgeversmaatschappij J.H. Kok in Kampen gaf bijvoorbeeld in 1965 Tijmen Knechts Laat Europa kiezen uit als deel 94-95 in de Boeketreeks. Daar zien we al evenmin de verdeling van de rug in twee eenheden. Die is wel aanwezig op een andere Amstelpocket met een roman van Tolstoj. De twee latere voorbeelden laten weer een scheiding van de rug zien, maar die is bedoeld om duidelijk te zijn over de inhoud van het boek. Uitgeverij Luitingh-Sijthoff publiceerde bestsellers van Mickey Spillane samen als Mike Hammer Dubbelpocket. Dat waren herdrukken waarvan de afzonderlijke titels op de rug ook met een eigen kleur zijn aangegeven (het getoonde deel verscheen in 1989). Halverwege het boek begint het tweede deel, maar de paginering loopt gewoon door.

De als 'Dubbelpocket' aangeprezen Word 2007 voor dummies/Excel 2007 voor dummies toont slechts ten dele een dubbele rug. Binnenin bestaat het wel degelijk uit twee afzonderlijke boeken, met een eigen titelpagina en een eigen paginering. Er is geen gezamenlijke inhoudsopgave. Dit deel stamt uit 2010. Sinds 1996 verschijnt overigens ook nog de Donald Duck dubbelpocketreeks. Die heeft een eigen Wikipediapagina.

Waar komt het verschijnsel vandaan? We hoeven niet te denken dat Nederlandse uitgevers dit zelf bedacht hebben. Er zijn eerdere buitenlandse voorbeelden te vinden, zoals bij de Signet-reeks, een heel invloedrijke serie uit Amerika.



Signet-reeks pockets

In die reeks van goedlopende titels hebben de dubbele delen overigens géén eigen nummer. James Jones' From Here to Eternity (Signet-Books T 1075 uit 1953) en Thomas Mertons The Seven Storey Mountain (Signet-Books D 929 uit 1952) nemen in de reeks maar één nummer in. Wel vertonen ze drie of twee keer de rugtitel en auteursnaam en is er een verdeling van de rug in kleurvlakken die overeen komt met afzonderlijke delen. Onderaan de rug is goed te zien dat het echter maar om één deel gaat.

Het idee van de meervoudige rug voor paperbacks komt ongetwijfeld uit de Verenigde Staten en uit de jaren vijftig. Maar, eenmaal aangeland in Nederland, zien we allerlei varianten in de vormgeving van deze dubbele of driedubbele ruggen. De vroegste voorbeelden lijken er daarbij op gericht om de eenvormige uitstraling van de pockets in een kast te benadrukken. Elk deeltje heeft een eigen kleur en nummer, of ziet er bijna zo uit.

Ik heb gezocht naar literatuur over dit verschijnsel, maar niets gevonden, dus ik heb waarschijnlijk niet lang genoeg gezocht. Komt later. Nu eerst de jaarwisseling.

zondag 24 december 2017

188. Art-decoboekillustraties in de KB

Boekbanden ontbreken in de tentoonstelling van het Gemeentemuseum in Den Haag: 'Art Deco Paris'. (Zie mijn vorige blog voor enkele art-decoboekbanden). Boekillustraties zijn er alleen vertegenwoordigd door twee boeken met illustraties door Kees van Dongen.

Daarom hier een aanvullende keuze uit de bijzondere collecties van de KB.


De danser Nijinsky gezien door George Barbier


George Barbier, uit Dessins sur les danses de Vaslav Nijinksky (1913)
Paul Poiret, de couturier die centraal staat in de tentoonstelling, liet kunstenaars zoals Paul Iribe en George Barbier prenten maken waarop zijn mode te zien was. Barbier (1882-1932) ontwierp zelf kostuums voor het theater en voor ballet, maar werkte ook als boekillustrator. Een van zijn boeken is Dessins sur les danses de Vaslav Nijinsky, uitgegeven door La Belle édition in 1913 in een oplage van 390 exemplaren.

De dansen van Nijinsky waren befaamd, net als het gezelschap waarvoor hij danste: de Ballets Russes maakte destijds furore in Frankrijk en Engeland. De danser zelf was een beroemdheid en in het boek hebben de prenten geen titels en is er nauwelijks toelichting (wel een introductie van Francis de Miomandre die sommige balletten noemt). Iedereen kon de rollen en de balletten meteen herkennen: figuren uit Petroesjka (1911), Carnaval (1911) of Sjeherazade (1910). 

Barbier tekende de danser ook in een van zijn bekendste rollen, de faun in Prélude à l'après-midi d'un faune uit 1912: zittend met een tros druiven. Decor en kostuums waren ontworpen door Léon Bakst. Barbiers prent meet 21,5 bij 21,6 cm en is de laatste in het boek.


Art-decoprenten door F.-L. Schmied


In 1923 publiceerde de Société d'Edition Le Livre een geïllustreerde editie van Salammbô, de roman van Gustave Flaubert. Het boek was voorzien van ornamenten in zwart-wit en zes platen door F.-L. Schmied (1873-1943). Schmied is de art-decoboekontwerper bij uitstek.


F.-L. Schmied, prent voor Gustave Flaubert, Salammbô (1923)
De prenten zijn gedrukt in houtsneden, voor elke kleur werd een apart blok gemaakt. Er waren vele drukgangen nodig, in blauw, rood, zwart, maar ook zilver en goud. 

In de twintig luxe exemplaren op zogeheten 'Japans' papier zijn extra afdrukken van de blokken in zwart-wit toegevoegd.


F.-L. Schmied, prent voor Gustave Flaubert, Salammbô (1923)
F.-L. Schmied, prent voor Gustave Flaubert, Salammbô (1923)
Details van de illustraties tonen de kleuren die naast en soms over elkaar werden afgedrukt.



F.-L. Schmied, details van prent voor Gustave Flaubert, Salammbô (1923)


Art-decoboekontwerp door F.-L. Schmied


Een andere manier van illustreren typeert zijn latere werk, zoals Le livre de la vérité de parole uit 1929. Het werk aan dit boek was drie jaar eerder begonnen en uiterst gecompliceerd door de vele houtblokken die ervoor ontworpen en gesneden moesten worden. Bijna geen pagina bleef zonder decoratie of illustratie en die werden bovendien in de typische art-decokleuren gedrukt: oranje, bruin en paars. De prenten met ingewikkelde geometrische vormen werden door de kunstenaar in potlood gesigneerd. Ze zijn dan ook fenomenaal en hadden in het Gemeentemuseum aan de wanden goede sier kunnen maken. In de KB is het boek altijd op te vragen.




F.-L. Schmied, Le livre de la vérité de parole (1929)