woensdag 18 oktober 2017

174. Bezoek uit Taiwan

Vandaag kwamen twee bezoekers van de nationale archieven van Taiwan met hun in Nederland werkzame vertaler naar de KB voor een werkbezoek. Samenwerking met instituten elders stond op hun programma.

Ik kon onze gasten nog flink wat handschriften en boeken tonen die getuigen van de relatie tussen Nederland en Taiwan. In de zeventiende eeuw was Taiwan, toen Formosa genoemd, een handelspost  voor de VOC. De handel werd echter beëindigd toen Fort Zeelandia in 1661 werd veroverd door Zheng Chenggong (Koxinga).

Fort Zeelandia (Taiwan)
De bloedige ondergang van de Nederlandse nederzetting heeft lang nageklonken in Nederlandstalige boeken. Eerst in pamfletten over de gebeurtenissen - met expliciete gravures van de onthoofdingen en kruisigingen - toen in dichtvorm en in historische en informatieve naslagwerken en vervolgens in toneelstukken en kinderboeken - en daarmee zijn we al in de negentiende eeuw aangeland.


Vervolgens worden papiersoorten nog naar Formosa genoemd, maar de relatie is er dan een die zich niet meer op het gruwelijke dan wel heldhaftige verleden richt, maar op een hedendaagse interesse, bijvoorbeeld door middel van reisgidsen en poëzievertalingen.

zaterdag 14 oktober 2017

173. Een keuze uit de Collectie Koopman

Gisteren vond een van de colleges in de reeks MasterLanguage plaats in de KB. Twee weken geleden vertelde ik de studenten - met heel veel boeken en handschriften op tafel - iets over de verschillende fasen van de verzameling. Gisteren was het de buurt aan de Leidse professor Paul Smith

Paul Smith toont oude uitgaven met fabels en emblemen
Hij liet de studenten zien hoe vanaf halverwege de vijftiende eeuw fabels een zich snel ontwikkelende nieuwe vorm kregen, niet alleen inhoudelijk, maar ook typografisch, tot het genre van het embleemboek volgroeid was.

De studenten gaven daarna elk een korte presentatie waarin zij hun keuze voor een studieobject mochten toelichten of vragen konden opperen. Een van de studenten koos voor Kacerov van Martine Rassineux, François da Ros en Nathalie Grenier. Anderen dachten aan Apollinaire's Calligrammes, The Albertine Workout van de Canadese dichter Anne Carson of het gedicht Génie van Arthur Rimbaud in de uitgave van Gunnar Kaldewey. Elke student moet (minstens) éen uitgave kiezen voor een 'casus' en daar aan het einde van het semester een presentatie over geven.

donderdag 5 oktober 2017

172. Een boekenlegger anno 1965

Uit de werkmaterialen over de Collectie Koopman - een kast vol knipsels, archivalia, ongebruikte ex-libris, drukproeven en nog veel meer - komen onverwachte voorwerpen te voorschijn. 

Ik heb besloten dat woud van documenten eens flink uit te dunnen of te integreren in de collectie dan wel in het archief over de collectie. 

In een map prospectussen trof ik een rode leren boekenlegger aan, bedrukt in goud.


Boekenlegger 1965
Die is gemaakt ter gelegenheid van de promotie van Koopman op 1 december 1965. Hij promoveerde in Utrecht op Work and Effort over de reactie van de mens op lichamelijke inspanning.

Hij haalde daarmee diverse kranten, waarin de koppen zijn leeftijd benadrukten:

'DOCTORSTITEL VOOR 78-JARIGE' (De Tijd/Maasbode)
'PROMOTIE VAN 78-JARIGE' (Leeuwarder Courant)

'Hij verdedigde zijn dissertatie slagvaardig', schreef de laatste krant.

Voor de verzamelaar van boeken die hij was, heeft een van zijn gasten waarschijnlijk deze boekenlegger laten maken. Ik ben die niet eerder tegengekomen in de archivalia van de collectie.

dinsdag 3 oktober 2017

171. Een luxe Wandelaar (Per le Nozze)

Voor het huwelijk van de dichter Martinus Nijhoff met Antoinette Wind liet vader Nijhoff gedichten van zijn zoon drukken bij de Haagse drukkerij Mouton en Co. De oplage was 50 exemplaren. De tekst werd gezet uit de Caslon. De titel: De Wandelaar. Verzen.


M. Nijhoff, De Wandelaar (1916)
Deze uitgave uit 1916 bevat melancholieke gedichten en werd aan het diner na de bruiloft gepresenteerd aan de gasten. Daarom staat er 'Per le nozze' in het colofon voorin: 'Bij het huwelijk'. Het boekje was eenvoudig gebonden in kartonnen platten.


'Polonaise' in M. Nijhoff, De Wandelaar (1916)
De rugtitel is gedrukt in zwart, maar daarvoor werd niet de Caslon-letter gebruikt. Het is een ander lettertype.



Rugtitel van M. Nijhoff, De Wandelaar (1916)
Vorige week werden exemplaren uit de nalatenschap van de familie aangeboden in een catalogus van Antiquariaat Fokas Holthuis. Daarbij waren twee gewone exemplaren en er werd een zogeheten 'luxe' exemplaar aangeboden. Dat zou een van de 6 exemplaren zijn die door vader Nijhoff bij een onbekende binderij in leer zijn gebonden. Dat zou heel goed kunnen. Vader Wouter Nijhoff (1866-1947) was uitgever aan het Lange Voorhout en zijn contacten met drukkers en binderijen waren hecht.

Waar de gewone editie is gebonden is niet bekend, maar de rugtitel van het luxe exemplaar is weliswaar anders gerangschikt dan die op de kartonnen exemplaren, maar de letter is identiek.



Luxe exemplaar van M. Nijhoff, De Wandelaar (1916)
De rugtitel lijkt te zijn gezet uit de Amstel Romein, corps 6. De in lengte verschillende armen van de E en F lijken in die richting te wijzen. Dat was een letter die door de Lettergieterij Amsterdam v/h Tetterode algemeen verspreid werd.

Inmiddels is dit luxe exemplaar onderdeel geworden van de KB-collectie.

donderdag 31 augustus 2017

170. Gepubliceerd: Literaire bruggenbouwers tussen Nederland en Frankrijk

Op 22 september wordt tijdens het congres van het Kenniscentrum Frankrijk-Nederland een nieuwe uitgave gepresenteerd: Literaire bruggenbouwers tussen Nederland en Frankrijk. Receptie, vertaling en cultuuroverdracht sinds de Middeleeuwen. Zie voor de inleiding de website van het KFN-congres




Het boek is geredigeerd door Maaike Koffeman, Alicia C. Montoya en Marc Smeets en uitgegeven door de Amsterdam University Press.

In de bundel is een artikel over een KB-collectie verschenen: '"Franse boeken moest je zelf opensnijden." Verzamelaars van Franse literatuur in Nederland'.

Nederlandse verzamelingen van Franstalige literaire en historische werken vormden vanaf de negentiende eeuw een brug tussen de Nederlandse en de Franse cultuur. In de twintigste eeuw verloren zulke collecties een deel van hun waarde. Een enkele collectie kan levend blijven en zich aanpassen aan de nieuwe eisen van de tijd: de Collectie Koopman in de Koninklijke Bibliotheek is daarvan een voorbeeld. Dankzij een fonds blijft de flexibiliteit van de collectie ook ná de dood van de schenker gegarandeerd: de collectie presenteert niet alleen de Franse literatuur, kunst en typografie uit Koopmans tijd, maar ook die van nu. Koopman was daardoor niet alleen een bemiddelaar voor zijn eigen generatie, maar ook voor de generaties na hem.

Mijn artikel begint als volgt:

‘Ach, had Napoleon maar gewonnen, dan spraken we nu allemaal Frans en dan was elke bibliotheek overal elke dag Franse Bibliotheek.’ Deze verzuchting van Rudy Kousbroek uit 1977 volgde op zijn constatering dat tijdens zijn leven het Frans ‘de status van tweede taal in Nederland’ was kwijtgeraakt. Hoewel zijn pleidooi voor een ‘Franse bibliotheek’ strikt genomen slechts reclame was voor een reeks vertalingen die uitgeverij Van Oorschot destijds uitgaf, kan zijn opmerking óók gelezen worden als een elegie voor het verdwijnen van de belangstelling voor het Franstalige boek in Nederland bij verzamelaars en bibliofielen. De aantrekkelijkheid van het Franse boek werd niet alleen bewerkstelligd door de literaire of kunstzinnige aspecten, maar ook door esthetische. Kousbroek schreef dat het uiterlijk van Franse boeken hem beviel: ‘De in sober rood en zwart bedrukte omslagen van papier, wit en kuis als een zeeschelp, paperbacks avant-la-lettre. [...] Franse boeken moest je zelf opensnijden, ik had daar een speciaal mes voor, niet te scherp, anders riskeerde je dat er een snede ontstond naast de vouw.’ Dat opensnijden was in Nederland al lang niet meer nodig, enkele uitzonderingen daargelaten. Maar Franse boeken werden door de drukkers niet afgesneden; dat werd traditioneel overgelaten aan de boekbinder. 

Bibliofiele collecties van Franse boeken in Nederland kennen een lange geschiedenis.

Niet-afgesneden exemplaar van Philippe Soupault, A la dérive (1923)
Foto: Koninklijke Bibliotheek
In het artikel worden de volgende vragen gesteld:

Hoe heeft Louis Koopman gefunctioneerd als bemiddelaar tussen de Franse literatuur en het Nederlandse publiek? Om deze vraag te kunnen beantwoorden moeten er ook andere vragen gesteld worden: Wat is verzamelen? Hoe verhoudt de Collectie Koopman zich tot andere collecties van Franse (literaire) werken? Met welke maatschappelijke en persoonlijke motieven hield Koopman rekening bij het aanleggen van zijn verzameling? Wat zegt zijn verzameling ons over de culturele uitwisseling tussen Frankrijk en Nederland vanaf de 19de eeuw?

vrijdag 25 augustus 2017

169. Dubbel of niet dubbel? Hoeveel dubbel kun je zien?

De ‘dubbelen’ in de collectie Cees Willemsen waren even apart gezet. De collectie is al een tijdje beschreven: duizenden uit het Russisch vertaalde politieke en literaire boeken. Bij zo’n fanatieke verzamelaar is het niet ongewoon dat hij drie exemplaren van één boek koopt. De vraag is dan: zijn de exemplaren echt hetzelfde? Aan de beschrijving alleen kun je dat niet zien. Nu heb ik eindelijk alle dubbelen met alle aanwezige exemplaren kunnen vergelijken. En zijn er zo’n vijftig rariteiten ontdekt.

Leo Tolstoi, De Kreutzer-sonate (1911)
Wat voor rariteiten vond ik zoal? Gewone varianten, die ik ook verwacht had, zijn bijvoorbeeld varianten in banden en schutbladen, exemplaren mét of zonder vergulding van de snede, boeken waarvan het ene exemplaar de titel in kapitalen op de rug vermeldt, en het andere dat doet in kleine letters of in afwijkende kleuren. Zo zijn er bijvoorbeeld minstens vier varianten van de zesde druk van De Kreutzer-sonate van Tolstoi (uitgave Bolle in Rotterdam): met op de rug decoraties in zwart of bruin, of zwart én bruin, of met twee dan wel drie lijnen in het titelschildje - en dáárvan komen dan weer combinaties voor. Allemaal het gevolg van gewone uitgeverspraktijken aan het begin van de twintigste eeuw, maar zelden bij elkaar in één collectie te raadplegen.

Maar er waren deze keer ook boeken die bijna helemaal identiek zijn, op een embleem op de titelpagina na (in het ene exemplaar wél, in het andere niet), of boeken waarvan alle katernen netjes genummerd zijn (maar in één exemplaar katern nummer 4 niet genummerd is). Ook waren er boeken die duidelijk op een ander moment of op een andere machine zijn gebonden: het ene exemplaar met zes, het andere met acht bindgaten: De dubbelganger van Dostojewski bijvoorbeeld in de uitgave van Het Kompas in Antwerpen, maar ook diens Het dorp Stepantsjikowo. Dat laatste boek is een uitgave van Van Oorschot, van wie bekend is dat hij zonder medeweten van auteurs extra drukken oplegde. Is dit dus een extra druk of een latere bindpartij? 

Kortom, deze collectie doet precies wat we ervan verwachten: niet alleen alle uit het Russisch vertaalde werken zijn bijeengebracht, maar studenten kunnen ook nagaan wie er wanneer met de vertalingen en de Russische literatuur bezig was en hoe dat druktechnisch en uitgeverstechnisch is verlopen.


Haantje Goudkam (ca 1979-1980)
Een andere verrassing zat bij de kinderboeken. Die werden in de jaren zeventig en tachtig in het Nederlands vertaald en uitgegeven door Uitgeverij Progres in Moskou. Je zou denken, elke titel maar één keer, maar nee. Van Haantje Goudkam zijn minstens drie edities te vinden met andere omslagen en opnieuw gezette teksten.


J. Tsjaroesjin, Hoe zij leven (ca. 1971-1977)
Van Hoe zij leven eveneens: één editie is gezet uit een schreefloze letter, een tweede uit een letter met schreef en een derde ook met een schreefletter, maar die laatste uitgaven verschillen weer van elkaar. In de ene telt de tekst over ‘Het eekhoorntje’ bijvoorbeeld negen, in de andere tien regels. Het hele boekje is weer opnieuw gezet en gedrukt. De titelbeschrijvingen zijn verder geheel identiek, maar het zijn opeenvolgende drukken. De volgorde ervan is lastig vast te stellen. Maar één van die uitgaven is gedateerd. Kennelijk waren dit populaire edities. Toch lagen ze in 1982 bij De Slegte (volgens De Telegraaf van 30 juli 1982, te vinden in Delpher door te zoeken op 'Haantje Goudkam'.)

Mijn collega's die al die boeken te voorschijn brachten uit de magazijnen kregen een typisch Russische lekkernij voorgeschoteld als dank.


donderdag 17 augustus 2017

168. Tarotkaarten van Louttre.B

In een Amerikaanse catalogus zag ik een boek aangeboden van een kunstenaar met de eigenaardige naam Louttre.B. De naam doet een beetje denken aan een dj of een rap-artiest, maar de man was een Franse kunstenaar (1926-2012) die de achternaam van zijn moeder gebruikte en die van zijn vader had afgekort tot de initiaal B. Eigenlijk heette hij Marc-Antoine Louttre-Bissière. Hij exposeerde vaak in Nederland.

Louttre B, Le Tarot des familles (1978)
Zijn kunstenaarsboeken zijn helemaal in ets uitgevoerd, dus ook de teksten. Daar zijn wel meer voorbeelden van, maar toch ook weer niet zo veel. Het boek dat werd aangeboden hadden we niet (is nu onderweg), maar we hadden wel al een boek van deze kunstenaar, namelijk Le Tarot de familles uit 1978.



Kaarten en tekst uit Louttre B, Le Tarot des familles (1978)
Het boek bevat 78 gegraveerde en in kleur gedrukte tarotkaarten, vaak drie op één blad, soms twee, maar die zijn dan vergezeld van een tekst. Ook die verklaringen bij de platen zijn uitgevoerd als ets. Van het boek zijn 75 exemplaren gedrukt en in eigen beheer uitgegeven.

Colofon en kaart uit Louttre B, Le Tarot des familles (1978)
Drie jaar na de publicatie werden de kaarten ook los als tarotspel gepubliceerd door Grimaud bij gelegenheid van een expositie van het Musée des Arts Decoratifs over oude speelkaarten. Die kaarten worden door verzamelaars van tarot en speelkaarten gewaardeerd om hun eigenaardige nummering, de tot essentiële symbolen geabstraheerde voorstellingen, gebaseerd op het dek van Marseille (zonder personages) en hun impressionistische, opzettelijk rauwe stijl.