vrijdag 23 juni 2017

158. De laatste bibliotheken

Letzte Bibliotheken van Konrad Heyde is een van de raarste boeken die ik de laatste tijd las. Het begint als een beschuldiging aan het adres van bibliothecarissen die hun eigen collectie verkwanselen. Als voorbeeld noemt de auteur die van de Fachstelle für das öffentliche Bibliothekswesen Freiburg in 2014, de als oud papier versnipperde vakbibliotheek die Heyde zelf nog hielp opbouwen. Hij was directeur van die organisatie en vertelt de geschiedenis met rancuneuze melancholie. Het controversiële uitgangspunt – niet de buitenwereld, maar de bibliothecarissen zelf bedreigen het voortbestaan van bibliotheken – komt ook in andere hoofdstukken aan de orde.


De Boekenwereld (juni 2017)
Nieuwsgierig geworden? Lees de gehele recensie in het nieuwste nummer van De Boekenwereld (juni 2017).

donderdag 22 juni 2017

157. Recensie: De lange oren van Midas

Begin juni verscheen van Gerrit Komrij - vijf jaar na zijn dood - de uitgave De lange oren van Midas. Het begin van een schrijverschap, geredigeerd door Arie Pos voor De Bezige Bij.  
Gerrit Komrij, De lange oren van Midas (2017)
De gedichten van Gerrit Komrij zijn altijd veel persoonlijker geweest dan enkele critici beweerden. Komrij’s werk is vaak geassocieerd met spiegeleffecten, maskerades en vermommingen, maar het masker was dan toch steeds zijn eigen masker en in die spiegel zagen we toch echt zijn eigen gezicht. Waarom het persoonlijke werd vervormd in zijn poëzie blijkt uit het recent verschenen boek over de wording van het schrijverschap van Komrij, De lange oren van Midas

De dubbelzinnige titel verwijst naar de periode die Komrij in 1965 en 1966 doorbracht op Kreta – hij was toen net 21 geworden. Midas is bekend uit de Griekse mythologie. De bekendste Midas-mythe gaat over de koning die alles wat hij aanraakt in goud verandert, maar zijn gave kwijt wil nadat zelfs zijn kinderen bij aanraking in goudklompen zijn getransformeerd. Het talent is een last, kortom. De andere mythe heeft ook met talent te maken. In die mythe kiest Midas niet voor de god Apollo, maar voor Pan als beste musicus, en Apollo straft hem met de oren van een ezel. Dat zijn de lange oren van Midas uit de titel van Komrij’s boek. Dan gaat het dus om het herkennen van talent en vooral om de miskenning ervan. De jonge Komrij had daar kennelijk last van. Verschillende uitgevers weigerden zijn vroegste publicaties, en daar was deze roman er een van.

Lees verder op Literatuurplein.

Gerrit Komrij, De lange oren van Midas (2017)

donderdag 8 juni 2017

156. Kleine aanvullingen op De Parelduiker

Onlangs verscheen het nieuwe nummer van De Parelduiker over Gerrit Komrij, met artikelen over bijna alle terreinen waarop hij actief was: C.J. Aarts over Komrij en de zondagsdichters, Gerardjan Rijnders over zijn samenwerking met Komrij voor toneel, Gert Hekma over Komrij als homo-activist, Frits Abrahams over televisie, en er zijn stukken over zijn relatie met Zuid-Afrika, Bernlef, zijn bloemlezingen, gedichten des vaderlands en vertalingen.


De Parelduiker (2017)
Hier en daar schrijf ik wat opmerkingen in de marge die ik op deze manier maar zal delen. U kunt ze dan ook makkelijk overslaan en gewoon doorlezen, want het is een lekker nummer geworden. (Zie de website www.parelduiker.nl). Wel weinig nieuws over Komrijs als dichter en als politiek en cultureel commentator en de nadruk ligt nogal op zijn 'tweedehandse' werk: vertalingen en bloemlezingen. Het zij zo.

Kester Freriks schrijft over de wijze waarop Komrij als toneelschrijver succes en verguizing zou ervaren en citeert Komrij's uitspraken over het schrijven van Het chemisch huwelijk, dat zogenaamd, bijna zonder doorhalingen, in een keer geschreven zou zijn. Dat is een mooie mythe natuurlijk, maar bewijsbaar onjuist. Het handschrift toont dat aan.

Ad Zuiderent schrijft over de bloemlezingen. Hij noemt als allereerste bloemlezing Komrij's bij De Arbeiderspers verschenen keuze uit de Ideeën van Multatuli uit 1971 (bij het artikel is overigens een latere editie afgebeeld) - eigenlijk ging er daar nog een aan vooraf, namelijk de bibliofiele uitgave die in 1970 zou worden gepresenteerd, maar vanwege het faillissement van galeriehouder/uitgever Michael Podulke in beslag werd genomen: 30 ideeën van Multatuli. (Er is een exemplaar in de Koninklijke Bibliotheek.)

Aan het slot van zijn artikel citeert Zuiderent enkele uitspraken van Komrij over het maken van de bloemlezing van kindergedichten, waarvoor Komrij veertien dagen in de KB in een kamer naast de mijne duizenden boeken kreeg aangeleverd. Zuiderent: 'Het is de enige keer dat Komrij het proces van selecteren enigszins gefaseerd heeft beschreven. Waarom juist bij deze bloemlezing? Misschien om te laten zien dat je, mits gezegend met literaire smaak, in korte tijd van volkomen leek op dit gebied een kenner kunt worden.'

Welnee, ten eerste was Komrij natuurlijk geen leek op dit gebied. Hij bezat zelf tientallen van zulke uitgaven. Maar de reden voor zijn gefaseerde verslag van het bloemlezen is heel eenvoudig. De KB heeft hem dat namelijk gevraagd, en hij schreef dagelijks een korte blog. Zijn handgeschreven teksten kreeg ik aan het einde van de dag, ik typte ze dan snel uit en publiceerde ze op onze website, waar ze trouwens nog steeds te vinden zijn: De keuze van Gerrit Komrij (1). Het werden tien blogs (de laatste staat hier: De keuze van Gerrit Komrij (10).)

Goed om te zien overigens dat zo'n simpel verzoek toch maar mooi een gat in de Komrijkunde kan vullen.


Antiquariaatscatalogi over Gerrit Komrij
Achterin het nummer - ik lees zoals gebruikelijk, zowel chronologisch van voren naar achteren als van achteren naar voren - staat een kort artikeltje van Menno Voskuil over catalogi van antiquariaten die geheel aan Komrij zijn gewijd. Hij noemt er drie. Een van Willem Huijer uit 1984, een van Antiquariaat Aioloz uit 2004 en een van Holthuis uit hetzelfde jaar (toen Komrij zestig jaar werd). Er zijn er natuurlijk meer. Huijer bracht bijvoorbeeld ook een aparte catalogus uit in 1993, vlak voordat Komrij de P.C. Hooftprijs in ontvangst zou nemen. In 2012, enkele maanden voor zijn dood, verscheen een Komrij-lijst bij Antiquariaat Schuhmacher in Amsterdam. Ook na zijn dood verschenen er speciaal aan hem gewijde catalogi, zoals die van De Slegte Antwerpen in 2015 en nog een van Holthuis in 2016. Maar goed, zo maak je natuurlijk ieder artikel te lang.

zondag 28 mei 2017

155. Een gebakken boek

Boeksimulanten - voorwerpen die eruit zien als boeken maar het niet zijn - komen al heel lang voor en er zijn er honderden, zo niet duizenden. Enkele boeken en artikelen beschrijven ze.


Città di Gallipoli Museo Civico   
Ook in de kleinste en oudste plaatsjes kom je ze tegen, zoals in Gallipoli, waar het stadsmuseum er uit ziet als de nagelaten en bijna in de steek gelaten collectie van een verzamelaar: opgezette vogels, eieren, zeemijnen, Grieks aardewerk, en daartussen een gebakken boek.


Città di Gallipoli Museo Civico
Het is een kruik, negentiende-eeuws, gemaakt in Laterza (in de buurt van Tarente) in het zuiden van Italië. De zijden zijn beschilderd met planten, een bouwsel (kerkje, torens) en palmbomen. De rug heeft vier geschilderde ribben, maar een titel heeft het 'boek' niet. Vaak zou daar iets religieus hebben gestaan, iets saais, zodat niemand per vergissing juist dit boek van de plank zou willen halen.



Kruik in boekvorm, beschilderd aardewerk
(19de eeuw)
Van dit type boeksimulant zijn vele voorbeelden te vinden. Vaak bevinden zich echte flessen in een boekvormige cassette, of is er voor een fles ruimte uitgespaard in een echt boek. Ook dit majolicaboek zou in eerste instantie in een goedgevulde bibliotheek niet opvallen als een instrument voor een verzamelaar die het eerder om drank dan om denkkracht gaat.

vrijdag 19 mei 2017

154. Boeksymbolen op de Koninklijke Bibliotheek

De buitenmuren van de KB zijn sinds kort beplakt met kleurrijke vlakken die zijn omschreven als 'vrolijke boekbanden'. De intentie ervan is om de KB, het RKD, het Literatuurmuseum en het Kinderboekenmuseum beter herkenbaar te maken.






Boeken, zo is bedacht, zijn het gemeenschappelijke voertuig voor het doorgeven van kennis; ook al zijn dat vaak digitale boeken tegenwoordig. Maar dié kun je moeilijker afbeelden, want dan lijken ze niet op een boek.

En daar zijn we bij mijn eigenlijke onderwerp: de symboliek van het boek. Het digitale boek wordt niet gesymboliseerd door een server of een scherm, of een andere fysieke opslagplaats of wijze van raadplegen voor digitale kennis, maar door een fysiek boek, liefst een gebonden boek en liefst ook een beetje ouderwets boek, gebonden in leer met goudopdruk.

De boeken op de KB zijn ontworpen door bureau Mijksenaar en in het commentaar van de instellingen valt dit te lezen: 'Door de donkere achtergrond van de boekenkast krijg je diepte en lijkt het net of je een kijkje in het gebouw krijgt. De huisstijl van alle drie de instellingen komt terug in de kleuren van de boekbanden: KB-goud, RKD-groen, Kinderboekenmuseum-oranje en Literatuurmuseum-paars.'

Er is over nagedacht. Maar intenties en symbolen zijn verschillende zaken.

Interessant zijn hier twee dingen: ten eerste dat een bibliotheek (de KB) de zichtbaarheid wil vergroten door 'vrolijke boekbanden' te tonen en ten tweede dat het helemaal geen boekbanden zijn. In de symboliek van het boek is dat namelijk eigenaardig.

Vanaf de Middeleeuwen zijn boeken als symbool gebruikt, kijk maar naar standbeelden waar bij de geleerdheid, rechtvaardigheid of eerbiedwaardigheid van een heilige wordt gesymboliseerd door een dik boek van steen of hout.


Lezende heilige (beeld toegeschreven aan het atelier
van Jean de la Huerta) (15de eeuw)
(Musée des Beaux-Arts de Dijon)
Maar de vanzelfsprekendheid van zo'n symbool is in het digitale tijdperk ingrijpend veranderd. In reclames voor nieuwe modellen van computers bijvoorbeeld werd in de jaren negentig en ook daarna nog wel de opslagcapaciteit uitgedrukt door middel van een foto van een hele bibliotheek, vaak een rococo-bibliotheek met tientallen versierde kasten en nissen. Al die kennis paste nu in een klein kastje.

Dat bibliotheken zich zelf nu gaan afbeelden als bibliotheek kan als een andere fase hiervan worden gezien, maar ik denk eerder dat het eigenlijk het tegendeel is: de bibliotheek laat boeken zien, omdat het niet meer vanzelfsprekend is dat er boekenkasten in een bibliotheek staan. Een beroemd voorbeeld is de bibliotheek van Kansas in Missouri, waar lezers werd gevraagd welke boeken zij op de wanden wilden zien afgebeeld. Dit werd de Community Bookshelf, de boekenplank van de buurt. Deze boeken tonen een directe link tussen bibliotheek en lezer.



Kansas  City Public Library, Missouri
Deze boeken hebben duidelijke titels en vertegenwoordigen vele verschillende genres, perioden en onderwerpen. De KB-boeken hebben, zoals te zien is, alleen kleuren, geen titels, geen namen van uitgevers of auteurs, helemaal niets eigenlijk. Sterker: ze vertonen ook niet de typerende vlakken tussen de bindkoorden van een boekband, een kapitaalbandje, bestempelingen enzovoort. Niets verraadt dat deze kleurvlakken bedoeld zijn als boeken. Het boek wordt hier gesymboliseerd door niets meer dan een gekleurde rechthoek. De boekenplank als geheel wordt alleen gesuggereerd door de zwarte schaduwen die de diepte voorstellen.

Zulke boekenplanken vond je tot voor kort niet op of in bibliotheken. Ik ken eigenlijk maar één plek waar je zulke planken aantrof: meubelzaken, meubelboulevards, winkels waar wel kasten worden verkocht, maar waar geen echte boeken nodig zijn. Speciaal bedrukte kartonnen dozen vulden daar de lege planken om een indruk te geven van de mogelijkheden. Vaak toonden die overigens wel degelijk ook titels of auteurs op de 'ruggen'.

Dat is hier niet gebeurd. Het gaat dus eigenlijk niet om een boek-symboliek, maar om boekenplanken-symboliek.

De betekenis daarvan is nog onduidelijk. Misschien wil de bibliotheek zeggen: we hebben wel boeken, maar daar komt u niet voor. Dat is vast de intentie niet geweest, maar de symboliek gaat in deze tijd zijn eigen weg.

153. Kunstenaarsboeken in Johannesburg (12 en slot)

Laatste onderdeel van Booknesses op zondag 26 maart was een gesprek tussen verzamelaar Jack Ginsberg en kunstenaar William Kentridge in het JU Theatre op de Kingsway Campus, brillint geleid door Jane Taylor. Een dag eerder, tijdens de opening van de tentoonstelling in de naast gelegen UJ Art Gallery had ik hem aangesproken in verband met een tentoonstelling dit najaar in Het Huis van het Boek (de samenwerking van Museum Meermanno en de KB). Zijn werk dat boeken, tekeningen en films combineert past prima in een show over hedendaagse multimediale presentaties waar we nu aan werken.


Kentridge is zonder twijfel de Picasso van Zuid-Afrika: een voorbeeldfiguur, een ultraproductief en internationaal gewaardeerd kunstenaar met steeds wisselende projecten. Niet voor niets zag ik de volgende dag in een kunstenaarsatelier hoog tegen de zoldering een verwijzing naar zijn werk hangen: een schilderij met het surrealistische onderschrift 'Ceci n'est pas un Kentridge'. Dit is geen Kentridge.

Want er zijn ook nog andere kunstenaars. Verzamelaar Jack Gisnberg reed Mary Austin, Robbin Ami Silverberg en mij rond langs een aantal van de ateliers in Johannesburg, waarna we het Wits Art Museum bezochten dat zijn collectie kunstenaarsboeken zal herbergen. We zagen er de enorme ruimten waar straks leeszaal en opslag zullen worden gevestigd. Wat een prachtige collectie trouwens én een enthousiaste museumleiding.

Daarvoor keken we rond in een oud kantoorgebouw dat was omgebouwd tot kunstenaarsateliers, waar tientallen kunstenaars kunnen werken. Niet iedereen was er, want ze hadden net een open dag achter de rug, maar we kregen een goede indruk van de enorme verscheidenheid van talent, thematiek en materiaal.



Atelier van Gordon Froud 
Aan Nugget Square, een binnenplaats elders in het oude centrum van de stad zijn enkele kunstenaarsateliers gevestigd die we als eerste die dag bezochten en waar de niet-Kentridge hing in het atelier van Gordon Froud.

Terwijl we er naar toe reden vertelde Jack dat hij vroeger in de buurt op een kantoor werkte en dat hij tijdens de middagpauze in de City Library een kamer had ontdekt met private press-uitgaven, die hij zo op zijn gemak kon bekijken, totdat hij tegen iemand zei dat ze wel tamelijk waardevol waren en hij bij zijn volgende bezoek de deur op slot aantrof. Tussen zomaar toegankelijk en totaal niet toegankelijk waren kennelijk geen andere opties te bedenken. Maar hij kreeg al snel een sleutel en was maandenlang de enige bezoeker. Het was de start van zijn verknochtheid aan bijzondere boeken.

Het atelier van Gordon Froud lijkt een kruising tussen een wereldwinkel, een antiquair, een galerie, een vergeten zolder en een privébibliotheek. Een van zijn eigen kunstwerken was een veiligheidsjack met bijzondere pockets als gereedschap.

We bezochten er ook het atelier van papierkunstenaar Mandy Coppes, een oud-leerling van Robbin die haar werk al heel lang niet meer had gezien. 





Mandy Coppes en haar werk
Mandy werkt met papiervezels, vaak in combinatie met andere natuurlijke vezels, zoals hennep en zijde, meestal in combinatie met tekeningen. Een van haar werken die aan het ontstaan is bestaat uit een groot vel met cirkelvormige dagboekaantekeningen. 


Jack, Robbin, me and Mandy (photo Mary Hark)
Aan het einde van deze dag zat mijn verblijf erop en vloog ik naar huis. Ergens boven Europa was mijn buurvrouw in het vliegtuig zo onvoorzichtig mijn ochtend ruw te laten beginnen door haar hete koffie in mijn schoot om te gooien. 

dinsdag 16 mei 2017

152. Kunstenaarsboeken in Johannesburg (11)

De laatste congresdag van Booknesses (zondag 26 maart) hield onder andere Mary Hark een mooi verhaal over het maken van papier in Ghana. Dat gebeurt steeds op basis van lokale planten en is ingebed in het lokale onderwijs.

Mary Hark met schoolkinderen in Kumasi (Ghana)
Het was een van die verhalen die veel indruk maken, omdat ze getuigen van volharding om, jaar in jaar uit, nieuwe mogelijkheden te ontwikkelen (vooral ook financieel en beleidsmatig) om met het aanleren van technieken (zoals papiermaken of boekbinden) soms zeer afgelegen wonende groepen te bereiken. Kim Berman vertelde over dit soort projecten in Zuid-Afrika zelf, waarbij politieke wijzigingen steeds de behaalde verworvenheden onderuit konden halen en dus steeds opnieuw subsidie moest worden geregeld op andere gronden, om er bijvoorbeeld voor te zorgen dat lokale groepen hun eigen papier konden blijven maken en verkopen, en dat ze verouderde of kapotte apparatuur ook konden repareren of vervangen. Een constant en liefdevol educatief beleid is er van overheidswege niet.

Zelf moest ik die ochtend spreken. Mijn praatje ging over de typografie in meertalige kunstenaarsboeken. Na afloop van de eerste sessies vond een rondetafelgesprek plaats over Zuid-Afrikaanse boeken als 'democratische kracht'. Isabel Hofmeyr leidde de discussie. Muzi Gigaba sprak over zijn kunst; Sikhumbuzo Mngadi hield een verhaal over mannelijkheid en culturele transitie; Siya Masuku liet zien hoe hij werkte aan een Zulu-spraakboekje (Siyafunda: isiZulu) - ik kocht een exemplaar voor de kinderboekencollectie van de KB; en Nonkululeko Chabalala hield een strijdbaar pleidooi voor een vrijere educatie in Zuid-Afrika. In de regel komt dat laatste neer op de vraag: waarom moeten wij Melville of Shakespeare leren lezen? Is er soms geen waardevolle Zuid-Afrikaanse cultuur?



Nonkululeko Chabalala's beelden van protest-zines  op de achtergrond van de discussie
Het was natuurlijk een van de meer heikele punten die overigens twee kwesties betrof: de ondervertegenwoordiging van zwarte deelnemers aan het congres (en aan de maatschappij) en de afwijzing van de Amerikaanse of Europese geschiedenis. 

Jack Ginsberg vroeg Nonkululeko Chabalala of zij de zines waaraan zij had bijgedragen ook bewaard had. Wie verzamelt die? Er zijn nauwelijks verzamelaars van deze nieuwe culturele producten, maar bij de makers ontbreekt bovendien het besef ze te bewaren voor later. De onzichtbaarheid van de zwarte Zuid-Afrikaanse geschiedenis kan niet worden goedgemaakt door de vernietiging van de witte historie en de toekomstige situatie zal weinig anders zijn, als de huidige publicaties, ook affiches en pamfletten van protesterende studenten, niet worden bewaard, gekoesterd en ontsloten via catalogi en online beeldbanken.

Het was een van de punten die ook bij de 'summation' van de conferentie aan het slot ter sprake kwamen. Sarah Bodman en Robbin Ami Silverberg hielden die samenvatting (ze hadden mij gevraagd ook iets concluderends te formuleren). Er moet nog veel gebeuren, maar er is ook al heel veel bereikt met deze conferentie: de werelden van de universiteit, het onderwijs, bibliotheken en archieven, de wereld van de praktijk van uitgeven, drukken, papiermaken en boekbinden waren in dit congres verbonden en het netwerk van alle deelnemers is uitgebreid en verstrekt; er is een netwerk van buitenlandse ambassadeurs rond het Zuid-Afrikaanse kunstenaarsboek in het leven geroepen en er zijn vast nog meer verbindingen te zoeken en te maken. Iedereen is er weer van doordrongen dat, zoals Kim Berman, zei: 'Books are powerful.'